Stasio Komar nam de moeite Naar Beiroet heel grondig te lezen en van aantekeningen te voorzien. Hij schreef de volgende beschouwing over de roman. Stasio Komar is auteur bij Nobelman. Zijn tweede roman zal binnenkort bij de uitgeverij verschijnen. Korte inhoud Edgar, een Groningse galeriehouder met een uitgeblust huwelijk, reist naar Libanon om kunstwerken te zoeken die een nieuwe impuls kunnen geven aan zijn noodlijdende galerie. In gezelschap van de Libanese tolk Fatima reist hij door het land. Hij bezoekt kunstenaars en ontdekt mede dankzij de tolk in wat voor crisis Libanon verkeert. Edgar wordt geconfronteerd met de lamentabele infrastructuur, de corruptie, de angst van de bevolking voor de altijd nabije oorlogsdreiging en de zichtbare schade op plaatsen waar Israëlische bombardementen hebben plaatsgehad. Fatima is zeer begaan met het lot van haar land. Haar familie woont in het conflictgebied en als fotografe zet ze zich regelmatig in om verslag te doen van protesten en oorlogshandelingen. Tijdens de rondreis ontstaat er geleidelijk een liefdesrelatie tussen Edgar en Fatima. Deze relatie wordt doorkruist door de inval van Israël in Gaza in oktober 2023. Edgar maakt ons deel van zijn observaties, zijn gedachten en gevoelens, maar het lijkt alsof hij een buitenstaander blijft. Pas na zijn terugkeer uit Libanon rijst bij Edgar heftige verontwaardiging over de toestanden in het Midden-Oosten, mede veroorzaakt door Israël en de USA. De affaire met Fatima krijgt geen vervolg, hoewel Edgar aan haar blijft denken. In plaats daarvan verzinkt hij na terugkomst in Nederland weer in zijn relatie met zijn vrouw Mirjam. Wat hem echter het meest blijft bezighouden is het onrecht waarvan onschuldige burgers in Libanon en Gaza het slachtoffer zijn en waarmee politici wegkomen. De rol van Hezbollah wordt belicht als die van een beweging, ontstaan na vele jaren van terreur door Israël tegen de lokale bevolking. De incompetentie van de Libanese overheid om in te grijpen is een andere factor in de afglijdende situatie waarin Libanon is komen te verkeren. Na twee weken Libanon keert Edgar terug naar Groningen om zijn galerie voor te bereiden op de komst van de door hem uitgekozen Libanese kunstenares Balsam Aridi. Door de expositie die hij voor haar heeft ingericht zijn zijn verwachtingen voor een mogelijke opleving van zijn galerie hoog gespannen. Tijdens de opening van de expositie ontstaan er discussies over Libanon, het lot van de Palestijnen en de internationale politiek die hierbij een rol speelt. Plotseling arriveert een goede bekende van Edgar. De advocaat Bob Schumacher, een cynische man, onvoorwaardelijk voorstander van Israël, verstoort de sfeer door vijandige opmerkingen over Hezbollah en de Islam. Op dat moment kiest Edgar partij voor de slachtoffers van het Zionistische beleid van Israël. Na opmerkingen door aanwezigen over het koloniale verleden van Europa, verlaat Schumacher de galerie met de opmerking: ‘Een mooi feestje, maar let op Edgar, ze zuipen al je dure Libanese wijn op, maar kopen niks.’ Met deze zwartgallige slotzin laten we Edgar achter op de expositie zonder precies te weten wat voor effect de kanteling in zijn bewustzijn werkelijk heeft op zijn routineuze bestaan. Beschouwing Het personage van Edgar doet me denken aan figuren in films van Antonioni of aan de hoofdpersoon in de roman L’Étranger van Albert Camus. De gebeurtenissen lijken hen te overkomen en te overweldigen. Edgars observaties lijken door de auteur geregistreerd als door een camera. Het introverte, schijnbaar afstandelijke gedrag van Edgar zorgt ervoor dat we niet altijd goed inzicht krijgen in wat er werkelijk in hem omgaat. De stijl waarvan de auteur zich bedient, draagt uitermate bij aan dit beeld van de vreemdeling. Deze stijl, een intrigerend en regelmatig provocerend experiment met taal en grammatica wordt deel van het karakter van Edgar en zijn wereld. Die wereld (smeulend huwelijk, haperende galerie, uitzichtloosheid van Edgar) komt in botsing met de totaal andere realiteit van oorlog en ellende en met de persoon van Fatima die in een andere dimensie leeft, waardoor Edgar wordt geraakt. De dimensie van Edgar is daarbij vergeleken somber, bevreemdend en verontrustend. Wat betreft de duur van Edgars verblijf in Libanon en daarmee de verdieping van zijn engagement, zowel met Fatima als met Libanon, heeft de auteur bij mij verwachtingen gewekt die niet helemaal worden vervuld. Dat is misschien ook wel de bedoeling, want door zijn snelle terugkeer naar Groningen blijft Edgar een desolate acteur in de film waarin je hem ziet ronddolen als een verloren ziel, die innerlijk beladen is met verlangens en voorkeuren, maar die niet echt opgenomen wordt door de buitenwereld. Ook hier draagt de constaterende stijl waarmee zijn gedachten, gedrag en gevoelens worden beschreven bij aan de sfeer van onvoldaanheid waarmee hij zijn innerlijke domein moet blijven beleven als een kloof tussen ‘daarbuiten’ en ‘daarbinnen’, tussen wat hem overkomt en wat hem drijft, raakt en tot nieuwe inzichten brengt. Mijn verwachting als lezer werd eveneens op de proef gesteld door de relatie tussen Edgar en Fatima. Die relatie wordt beëindigd omdat ze beiden beseffen dat hun liefde geen toekomst heeft. De reden daarvoor laat zich alleen maar raden, maar blijft in het midden. Na terugkeer in Nederland blijft Edgar aan haar denken. Haar beroep als oorlogsfotograaf wekte bij mij de verwachting dat Edgar Fatima zal verliezen aan de dood tijdens een van de bombardementen. Of de auteur dit wel of niet heeft overwogen, kan ik niet verifiëren, maar mocht dit het geval zijn, dan zou hij een prijzenswaardige keuze hebben gemaakt door niet te doen wat de lezer verwacht, namelijk een tweede dramatische kanteling in het gemoed van Edgar: een verhevigd verlangen naar iemand die hij nooit meer zal zien. Dat deze ‘gewenste’ kanteling niet plaatsvindt, maakt de figuur van Edgar nog consequenter als een satelliet die doelloos, onvoldaan, en innerlijk geëmotioneerd door de ruimte zweeft. Interessant is verder het gebruik van tijden bij de (koppel-/hulp-) werkwoorden. De auteur brengt zijn beschrijvingen voortdurend en afwisselend in de onvoltooid tegenwoordige resp. verleden tijd. Dit lijkt soms storend, maar is mijns inziens ook onderdeel van het provocatieve experiment en de stijl die ontregelt, afstand schept en als een onzichtbaar personage om aandacht vraagt, zo mogelijk voor iets onbegrijpelijks, iets wat ons op het verkeerde been zet en nogmaals, om aandacht vraagt voor het eigenzinnige en tegelijk machteloze personage van Edgar (en daarmee voor de andere personages). De door de gebeurtenissen geweven aanwezigheid van de roman van Remarque (Das gelobte Land), waaruit Edgar in de loop van de roman steeds stukjes leest, is eveneens intrigerend en vormt vaak een rustpunt, waarin de hoofdpersoon wordt gemodelleerd als iemand die belangstelling heeft voor bespiegeling midden in het tempo van de gebeurtenissen. Dergelijke rustpunten vinden we ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld daar waar Edgar als logé in het huis van de ouders van Fatima opstaat en luistert naar geluiden, kijkt naar de tuin, koffiezet en geniet van het moment waarop hij weer verder kan lezen in de roman van Remarque. Plotseling is daar weer de eenling Edgar die ons meeneemt naar zijn innerlijke beleving en verwerking van wat er om hem heen gebeurt. Met dit soort elementen wordt Edgar een sympathiek personage, die overal het zijne van denkt, maar er (gelukkig) niet in slaagt om een held te worden. Een rode lijn wordt ook gevormd door de vele actuele en historische informatie over politieke, economische en sociale omstandigheden, met name in Libanon, maar ook over de kunstwereld. Hiermee geeft de auteur ons meer inzicht in de gang van zaken rond galeries, musea en beeldend kunstenaars. Elders neemt de schrijver ons mee door een wereld vol politieke en menselijke problematiek die wordt afgezet tegen het artistieke en het persoonlijke domein van Edgar en zijn tegenspelers/tegenspeelsters. Tenslotte heb ik het taalgebruik in de roman dikwijls ervaren alsof het aanwijzingen zijn uit een filmscenario. Daarmee zou de vergelijking met en verwijzing naar een film als Blow Up van Antonioni, mogelijk nog extra kunnen worden gerechtvaardigd. Conclusie: de Roman Naar Beiroet roept veel meer op dan een reis naar Libanon, een toekomst-loze relatie, een galerie in overgang, een wereld in crisis of een personage dat in woord en gebaar toch een mysterie blijft en dat misschien ook wel moet zijn om bestaansrecht te claimen.
0 Comments
Leave a Reply. |
Gerrit BrandStudeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vertaalde literair werk uit het Zweeds, Engels, Frans en Portugees. Naar Beiroet is zijn zevende roman. www.gerritbrand.nl Archieven
Maart 2026
Categorieën |
|
Uitgeverij Nobelman Officiële Website Copyright © Nobelman.nl 2011-2024, All rights reserved. Website is NOT responsible for any external link on the website Powered by: Uitgeverij Nobelman Distributie / Contact us |
Contact
Uitgeverij Nobelman Hoofdvestiging: Emdenweg 3 9723 TA Groningen e-mail : [email protected] tel: 06 50831893 |

RSS-feed